Pols- en handklachten komen vaak voor. Bekende voorbeelden zijn de tenniselleboog, golferselleboog, roeierspols en skiduim. Ook in balsporten zien we regelmatig blessures, zoals luxerende vingerkootjes wanneer een bal op de vingertop komt. We herkennen deze termen, maar wat maakt de pols en hand nu zo gevoelig voor klachten?
Een ingewikkeld maar prachtig systeem
De pols en hand vormen samen een zeer complex gewrichtensysteem. Dat komt doordat:
- de onderarm bestaat uit twee botten: spaakbeen en ellepijp;
- de pols zelf maar liefst acht handwortelbeentjes bevat;
- daarbovenop nog de middenhandsbeentjes en vingerbotjes volgen;
- er 23 pezen over de pols lopen;
- én er 26 gewrichtsbanden voor stabiliteit zorgen.
Een extra bijzonder onderdeel is het TFCC (triangulair fibrocartilagineus complex), dat als een soort schotelrandje de stabiliteit van de pols versterkt. Met zoveel structuren is het niet verwonderlijk dat er ook veel mis kan gaan.
Wat kun je doen bij een hand- of polsblessure?
Op internet circuleren talloze video’s over tapetechnieken, maar de kwaliteit wisselt sterk. Daarom is het verstandig om bij twijfel altijd even te overleggen met een sportfysiotherapeut of handtherapeut. Zij kunnen meekijken welke techniek het beste past bij jouw blessure.
Daarnaast is het belangrijk om, zelfs bij een dik of pijnlijk gewricht, je hand zo soepel mogelijk te blijven bewegen. Op onze website vind je een overzicht van basis handoefeningen die je direct kunt toepassen als eerste hulp bij hand- en polsletsel.
https://video.sks-fysiotherapie.nl/watch/hand_MYPnAgquEEZwrLv.html
Blijft de klacht bestaan? Kom gerust langs
Heb je getapet en geoefend, maar blijft de pijn of stijfheid aanwezig? Dan ben je altijd welkom om eens bij ons binnen te lopen. We kijken graag met je mee om verder herstel in gang te zetten.
